Omgaan met asiel dier

Goud zijn de mensen die een hond uit het asiel halen. Deze honden hebben vaak van alles meegemaakt. Van iets simpels waarbij de eigenaar door omstandigheden er niet meer voor kan zorgen (deze honden zullen minder moeilijk zijn) tot volledig verwaarloosd. Ook zie je dat honden worden afgestaan omdat ze niet begrepen worden.

Een hond uit het asiel halen, is al een goede daad op zich. Je hebt daarmee het leven van een hond verbeterd. Samen werken aan een nieuwe toekomst. Maar er zijn ook een aantal valkuilen*. En ik kom regelmatig verhalen tegen waarbij het fout gaat en de hond weer in het asiel terug komt. Met dit blog hoop ik dat de mensen die vol goede moed een hond uit het asiel halen, deze moed ook kunnen behouden en niet een valkuil terecht komen.

1. Hond is geen knuffelbeer

Mensen die een hond uit het asiel halen, hebben een groot hart. Een logische reactie daarvan, is dat deze mensen de honden liefde geven. Heel veel liefde, onder andere door te knuffelen. Want deze hond heeft het slecht gehad. Alleen, dat deze hond in het asiel heeft gezeten, betekent niet meteen dat deze hond een knuffelbeer is. Een hond die onzeker, misschien wel angstig is, vertrouwt je misschien wel helemaal niet. Als je dan te dichtbij komt en ook nog eens gaat knuffelen, kan dit heel bedreigend zijn voor de hond. Een hond begrijpt op dat moment niet dat je het beste voor hebt met hem. Vanuit deze bedreiging kan hij signalen gaan gebruiken die beangstigend kunnen zijn zoals grommen, lip optrekken of zelfs snappen. Ongewenst, maar de hond heeft in zijn ogen geen andere keus. Want wie zegt hem dat de mens te vertrouwen is?

2. Respect geven is respect krijgen

Respect kan je NOOIT afdwingen. Kijk naar de signalen van de hond. Als hij aangeeft dat het spannend wordt, stop dan tijdig. Doe je dit niet, dan zal de hond zich gedwongen voelen andere maatregelen te nemen. Bedenk dat het respect en het vertrouwen er misschien nog niet is. Dit houdt in dat er minder nodig is voordat een hond opschaalt.

Respect kan je alleen verdienen en krijgen. Dit betekent overigens niet dat je alleen maar weg moet gaan wanneer een hond milde tekenen van stress laat zien. Zolang je maar niet te ver over de grens gaat. Beloon de hond ook voor goed gedrag. Dit helpt bij het overwinnen van bepaalde angsten. Ga trainen in plaats van drillen.

3. Winnen is verliezen

Veel gehoord: “als de hond gromt, moet ik net zo lang wachten/doorgaan totdat de hond stopt”. Of: “de hond heeft van me gewonnen”. Meestal slaat dit op een situatie die al uit de hand is gelopen en de hond bijvoorbeeld heeft gegromd. Of dat je bijvoorbeeld een speeltje niet van de hond kan afpakken en dat hij uitvalt omdat je toch doorgaat.

Een hond, en helemaal een onzekere hond, doet iets omdat ze daar een reden voor hebben. Houd je vast aan iets wat volgens jou moet kunnen terwijl de hond er anders over denkt, dan is de kans groot dat de gebeurtenis zich gaat herhalen. In plaats van dat je iets gewonnen hebt, heb je het op langere termijn verloren.

Bedenk dat grommen om een grens aan te geven totaal wat anders is dan dominantie. Wij geven toch ook onze grenzen aan?

4. Corrigeren

Over corrigeren hoeft niet veel gezegd te worden. Bedenk wat corrigeren doet met vertrouwen, respect en winnen/verliezen.

Werken met honden is niet zwart/wit. Niet elke hond is hetzelfde. Kijk wat van toepassing is. Wees bewust dat een hond ook een levend dier is die zelf beslissingen kan nemen en zich kan aanpassen aan de omgeving. Er zijn ook honden die fysiek contact juist heel fijn vinden